Mentorprogramma’s leren van elkaar

Van 16 t/m 18 maart 2016 was het team van Mentoren op Zuid aanwezig bij het ‘European Center for Evidence-Based Mentoring’, een summit in Leeuwarden waar mentorprogramma’s vanuit heel Europa bijeenkwamen om te netwerken, lezingen te volgen en workshops te geven. Het doel? Een netwerkorganisatie opzetten voor onderzoek, kennis genereren en het delen van toegepast onderzoek naar het effect van mentoring.
ScienceGuide schreef er een artikel over.
Advertenties

The Future of Higher Education

Op woensdag 9 maart vond in Amsterdam ‘The Future of Higher Education’ conferentie plaats. Tijdens deze internationale conferentie over het hoger onderwijs mocht het EMI-programma Mentoren op Zuid zich presenteren. Programmaleider Nienke Fabries had twee studenten uitgenodigd om samen met haar het verhaal te doen. Eén van deze studenten was Annelou Molendijk, een oud-studentmentor die dit jaar afstudeert als leraar. Haar pitch lees je hieronder:

‘Good afternoon everybody, my name is Annelou Molendijk and I’m 20 years old. Three years ago I was one of the first students who participated at the program of mentoring.

The main reason I’ve chosen to be a part of this program, was to experience how it should be to be a mentor. As a student of the study to become a teacher in social science, I wanted to be prepared to be a mentor of a group students. This program really triggered me because of the challenges and chances of the suburbs of the South area of Rotterdam, where the program took place. For me it was a first acquaintance with this group of youth. Very soon I’ve experienced the value of mentoring. Not just for me as a student or future teacher, but mostly for the youth we’ve coached. I was a mentor of a girl of fourteen years old who has lost her mother during the time I was her coach. For her it was good to let me take the attention and focus away from school and home and just to talk with her about ‘normal life’. We’ve made cupcakes, made a drawing and did all other little things to make sure she didn’t think of the death of her mother every minute of the day. For me it was hard to see this little girl losing her mother and as she told me her best friend. She was alone now. And I’m grateful that I’ve had the chance to help her during that time.

Now, almost three years later, I am a proud teacher at Rotterdam South of students of the age of 12 till 16. And every day I use the skills I’ve learned and the experiences I’ve had with the program of mentoring. One of the true essences of the program is the personal attention you have as a mentor for your student. The relationship of trust and the bonding you have with the student makes that students feel seen.

As a studentmentor at the program, you’ll take at least one hour every week to spend time with your student, to help him or her, to just have a little chat, to talk about school and their future and even more, to be a role model. These children, they need this attention. Every human being has a need to belong and children even more. As a mentor, you’ll give the recognition that these children need and sometimes even never have experienced. The meaning of a mentor to the student and the other way around is priceless. And that all starts with the simple but almost magical power of the seeing of and truly listening to the child.

The one-on-one moments with my student at that time is an inspiration for my way of teaching nowadays. Every lesson, every day I try as a teacher to give my students the attention they need. But I also experience that that is a very big challenge. And that’s why this mentoring program is great.

This program makes a bridge between school, home and street. These mentors, who are young students, help the schoolchildren with school or personal stuff and they give the youth ful attention, advices and the future prospects that teachers or parents mostly can’t give in that way. The mentors have been through the same struggles and challenges as their students. They understand the youth, because they are from the same generation. In this way, they also positively influence these students during their conversations.

I’m proud that I’ve been a part of this program and that I use my experiences in my way of teaching now. It has been a big influence and it was an enrichment for me as a person. That’s why I think that every future teacher or youth worker should be a part of this program and must become a student mentor. Not only in The Netherlands, but in every country in Europe and especially in the big cities.

What we need from you, Europe, is to take the concept of the program with you and bring it to every suburb that needs it. If we want to make sure, that we don’t lose children or young adults, because they think they’re not smart enough to be well educated or not feeling a part of the society they live in, than we need to prevent that by starting with this program. We need to include them and we need the students of the same generation to give them their futures back.  Because we have seen these kids. I see them every day. I see their talents, their smiles, but their struggles and problems too. Now we need you to see them too. Europe, they need you to see them. Thank you. ”

STC leerlingen Mentoren op Zuid

Op een stralende morgen bezochten twee groepen STC leerlingen in het kader van het programma Mentoren op Zuid het Innovation Dock. Twee studenten leidde hen rond door deze omgeving van techniek en innovatie. Tijdens de tour moest er flink gelopen worden, maar aan indrukken was er geen gebrek. Geboeid bleven de leerlingen luisteren naar wat de twee studenten vertelden over hun ervaringen om dagelijks bezig te zijn met innovatie op deze bijzondere plek.

Techniek met MoZ

Mentoren op Zuid heeft sinds haar start in 2014-2015 met studenten van diverse opleidingen samengewerkt. Vanaf september 2015 helpen techniekstudenten als studentmentor bij de technieklessen op RVC De Hef. Techniekstudenten gaan als studentmentor bij de technieklessen aan de slag met een, door de leerling gekozen, techniekproject. Benieuwd hoe zo’n ochtend er uit ziet? Bekijk de video hier.

Vrijdag 23 oktober 2015 Visit to Queens college

Na een volle week met veel indrukken en inspiratie “for work and pleasure” vandaag de laatste bijeenkomst voor de terugvlucht naar Amsterdam (of Canada of toch nog een weekje NY).

Het programma bestond uit 2 onderdel en (“pre college programs & collaborations” en “academic preparation”).

Na de introductie was de eerste presentatie gericht op de voorbereidende programma’s die Queens heeft ontwikkeld om studenten van High School voor te bereiden op hun verdere studie aan Queens colleges (presentatie Robin Hizme). Queens werkt in de voorbereidende programma’s samen met Townsend Harris High School, gevestigd op de campus van Queens (CPP: college preparatory programs). 75% van de studenten is vrouw. De high school scoort goed. De leerling populatie is divers. Het programma start met een brugjaar. Het brugjaar heeft 2 aandachtsgebieden (de helft naar eigen keuzes; totaal 6 credits), deels in het buitenland. Docenten werken met high school docenten samen. Andere programma onderdelen staan ten dienste van high school studenten (election simulation en kennismaking met professors). Verder omvat het programma trainingen (wetenschappelijk) schrijven (voor studenten voor wie Engels de 2e taal is zijn er extra taaltrainingen), technologie en assessments op diverse gebieden. Met als doel het verhogen van het vertrouwen in eigen kunnen. Ook wordt aandacht besteed aan “soft skills” (opkomen voor jezelf, verantwoordelijkheid en betrouwbaarheid, doelen stellen, time managment, professioneel optreden en samenwerken tijdens projecten). Studenten op Queens komen niet alleen uit Queens maar uit de wijde omgeving.

Suzanne Solomon en enkele studenten bespraken een programma dat studenten tussen 6th en 12th grade (high school) voorbereid op studeren aan een college (QSI: Queens School of Inquiry). Het programma levert studiepunten op die later tijdens de studie ingezet kunnen worden om zodat de studie aan een van de NY-colleges kan worden ingekort. Het programma wordt gevolgd in verschillende soorten groepen. In de zomer kan ook een programma in het buitenland worden gevolgd. Afstemmen van het programma tussen high school rooster en college rooster wordt door de high school studenten zelf uitgevoerd. Er is wel afstemming hierover tussen high school en college en er worden ook avondlessen verzorgd en lessen op zaterdag en zondag (WAUW!). High school studenten komen colleges studenten tegen tijdens het volgen van hun programma. 7th grade studenten volgen een hele week een programma op QC. 8th grade studenten doen dit gedurende 2 weken. Studenten volgen “career days” waarbij ze kennis maken met veel verschillende beroepen (ook creatieve beroepen als acteren). De principal bepaalt de eerste jaren (6th tot 8th grade) wie aan dit programma deel mag nemen. Vanaf 9th grade is er een selectie (15 plaatsen op 1500 aanmeldingen). De prioriteit van de deelnemers aan dit programma ligt bij het college programma. Deels leveren het QSI programma “dual credits” op die zowel op de high school als op de college meetellen.

Daniela Francisco (college now) van Queens werkt samen met 22 highschools in de omgeving van Queens. Ieder college biedt een “college now” programma aan. Het programma bestaat uit 2 onderdelen. Het eerste onderdeel is vergelijkbaar het de programma’s hierboven. Het 2e deel van het programma is bedoeld om studenten die meer problemen hebben om toegelaten te worden tot een college te ondersteunen. Studenten verdienen met dit programma ip. geen credits (dit is afhankelijk van het beleid op de deelnemende high schools).

In de zomer kan een “summer course” gevolgd worden van 6 weken. Studenten moeten de transitie maken van volledige sturing van hun lesprogramma naar eigen keuzes maken.

Lourdes Rivera informeerde ons over de rol van het ontwikkelen van een studie-carriere op een colleges en het “klaar zijn” voor het beroepsveld. Hoe zorg je er voor dat studenten klaar zijn om te gaan studeren aan een college en te gaan werken. Sleutel is “academic performance”. Het programma wordt door de regering Obama ondersteund. De focus ligt op de voorbereiding op studie en ontwikkelen van een carrière. Ouders spelen in de keuzes een beperkte rol. Scholen kunnen deelnemen aan mentoring-programma’s maar dat is in dit geval geen onderdeel van het programma. US kent een PTA (parents teachers association) programma dat oa. de ouders informeert over de mogelijkheden. School counseling levert meestal meer resultaten op.

David Rivera informeerde ons over de wijze waarop Queens bezig is met het verbeteren van de studierendementen door gebruik te maken van de theorie van de ontwikkeling van een adolescent volgens Erikson. Focus is de diversiteit van de studenten en (wederom) de voorbereiding op het uitoefenen van een beroep. Wat heb je nodig voor het beroep wat je wilt gaan beoefenen. In de presentatie werden linken gelegd met “mentoren op Zuid”.

Discussie en stellen van verduidelijkingsvragen vond plaats tijdens de presentaties.

Samenvattend: het waren 7 inspirerende dagen die ons veel stof tot nadenken hebben opgeleverd en ons kunnen ondersteunen in het verder vervolmaken van “mentoren op Zuid”. Dank aan iedereen voor de discussies, de leerzame gesprekken, de kansen om de USA te leren kennen en………de gezelligheid.

CRzm9-vWUAAlW5e

Maar wat zou zo’n intensieve week zijn zonder een intensief einde. Lekker taxieen op JFK. Tot twee keer toe mogen genieten van een verlicht Manhattan (in de verte). Een ritje terug naar de gate. Onduidelijke informatie over oorzaak en gevolg van de opgelopen vertraging. Uiteindelijk eindigend in een lobby van het Towne Place Marriott en een zusterhotel in de buurt aan een chinese maaltijd (midden in de nacht). Morgen maar een tweede poging wagen om de Atlantische oceaan over te komen.

Wanneer is de reünie?

 

iMentor, een grootschalig mentorprogramma in New York.

Het was een wat merkwaardige ervaring om de organisatie iMentor aan te treffen in de buurt van Wallstreet tussen de pakken met stropdas en het groot kapitaal. We werden ontvangen door een dame die er meteen weer vandoor ging en twee heren Jim en Paul deel uitmakend van het management van het programma. iMentor is gericht op eerste generatie studenten uit gezinnen met lage inkomens. Deze (high school) studenten worden door mentoren ondersteund in het zo succesvol mogelijk doorlopen van hun studieloopbaan. Deels zijn het studentmentoren die hen begeleiden, deels is het personeel van bedrijven die op die manier een maatschappelijke bijdrage leveren. De studenten worden minimaal 3 tot maximaal 8 jaar begeleid. Studenten, ik ga ze nu leerlingen noemen om verwarring te voorkomen, worden net als in het programma in Rotterdam, met cohorten tegelijk gematcht met mentoren. Het proces van matching vindt op ongeveer dezelfde manier plaats. Aan de hand van een inventarisatie van studievragen en vragen naar interesse en een intake gesprek worden leerlingen gematcht met mentoren die ook hun profiel hebben opgesteld. Met een vingerafdruk, in NL de VOG, worden mentoren gescreend. En net als In Rotterdam wordt seksespecifiek gematcht. De mentoren worden voorbereid op hun rol door een training van 2,5 uur. Vertrouwen is een belangrijke basis in het programma evenals een positieve attitude naar de leerlingen. De strategie is ‘serving not saving’.

Tot zover lijkt het programma op het Rotterdamse zoals dat met de scholen van Zuid en de hogeschool wordt uitgevoerd.
Wat is er dan anders?

  • de scholen tekenen in op het programma en betalen er ook voor. Ze betalen $ 250 per jaar per leerling gedurende minimaal 3 jaar. Een stevige bijdrage dus die ze zelf weer via sponsoring binnen moeten zien te halen.
  • de leerlingen hebben wekelijks contact via e-mail en 1 keer per maand ontmoeten ze hun mentor. Dat gebeurt op de scholen waar de leerlingen vandaan komen. Na afloop van die maandelijkse ontmoeting treffen ook de mentoren elkaar zo’n 20 minuten. Tussentijds worden enquêtes afgenomen waarin bekeken wordt of het proces goed loopt, de resultaten behaald worden enz.
  • mbt de inhoudelijke kant: het programma kent een sterke verbinding met het curriculum en lijkt, maar dat is een persoonlijke interpretatie, minder gericht op sociale vaardigheden.
  • de mentoren worden weer begeleid door een coach. Een cohort van 100 mentoren heeft 1 coach.
  • er is sprake van een programmateam dat programma’s in elkaar zet als houvast voor de mentoren.
  • het programma bestaat al sinds 1999 en heeft er 5 jaar over gedaan om een bereik van 500 studenten te krijgen en bereikt inmiddels zo’n 4500 leerlingen per jaar.
  • er is veel financiële en inhoudelijke (via personeel) steun van het bedrijfsleven.

Mijn indrukken:
Het is een indrukwekkend programma, er loopt uitgebreid onderzoek in mee. Er is veel steun van bedrijven en fondsen. Het heeft een goede naam. Er is echter niet erg veel aandacht voor het leren van de mentoren en nauwelijks intervisie. Veel contact loopt via e-mail. Er wordt (nog) niet onderzocht wat er in dat contact gebeurt. Ik vraag me verder af hoe zo’n online platform er uit ziet. Zijn er ook FaceTime sessies, kunnen leerlingen elkaar vragen stellen, zijn ouders betrokken.
Er is een goede marketing en communicatiestrategie gericht op werving en selectie. Er is nog steeds groei in het programma. Ik vraag me af of het niet uit zijn voegen groeit dat gevaar wordt door hen zelf ook gezien. Een awesome challenge!

Ik bleef met een hele lading vragen achter (great questions really) en had ook graag met de mentoren en de mentees gesproken, maar ook bijvoorbeeld met de programmastaf en de onderzoekers. We kregen een beeld van de zienswijze van het management, wat hoe nuttig ook, toch wat beperkt is.

Ik denk dat het goed is om met iMentor contact te houden, we kunnen volgens mij veel van hen leren. Misschien is het een idee om onderzoek te laten doen naar dit programma. Het zou een interessante afstudeeropdracht voor onze HR studenten kunnen zijn.

Carolien Dieleman, directeur EMI

Harlem Children’s Zone (HCZ) anno 2015 New York

image

Met routine zijn wij verwelkomd in de Harlem Children’s Zone Headquarters van de Promise Academy II Middle and Highschools op de Eaststreet in het centrum van Harlem. De informatiefolders, de affiches en het verhaal van de twee medewerkers van HZC maakten ons bezoek efficiënt en effectief.

Dit programma bestaat al sinds 1970 en is opgericht door Richard Murphy, startend met naschoolse activiteiten met als doel de ontwikkelingsachterstand van de kinderen al op vroege leeftijd aan te pakken. HCZ is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie die een groot aantal arme kinderen helpt hun ‘American dream’ te verwezenlijken. Het budget is sinds 2012 zo rond de 95 miljoen dollar!

Deze organisatie biedt op allerlei gebied programma’s voor de jeugd van 0-18 jaar, ‘The pipeline to success’ genoemd.

Naast de naschoolse activiteiten zijn er verschillende private scholen opgericht. De HCZ Promise Academy Charterschools, biedt onderwijs voor Middle en Highschool students. Deze scholen worden met eigen gelden bekostigd. Deze scholen willen zich onderscheiden als speciale scholen, waar onderwijsbonden de ontwikkeling van het bijzondere onderwijs niet kunnen beperken. De leerkrachten krijgen een aanstelling van een jaar en bij goede uitvoering mogen ze weer een jaar blijven. Deze tijdelijke aanstellingen zijn niet zo aantrekkelijk, maar hier tegenover staan de extra voorzieningen en de mogelijkheid de visie van HCZ mede in onderwijs vorm te geven. In het werkgebied van HCZ zijn ook 7 public schools. Hiermee wordt zo goed en zo kwaad mee samengewerkt. De samenwerking met de 7 public schools wordt door HCZ beloond met faciliteiten (airco, ICT middelen) en of met geld. Ondanks dit gegeven is de samenwerking nog niet optimaal. In Rotterdam is op een geheel eigen wijze het concept van HCZ vertaald voor de situatie op Zuid. Het verschil ligt in het feit dat de HCZ ontstaan is uit buurtinitiatieven en terwijl in Rotterdam het initiatief door de gemeente is omarmd en de scholen en welzijnsinstellingen er in tweede instantie bij betrokken zijn.

Opvallend is het streven van HCZ een totaalpakket te willen aanbieden aan hun eigen kinderen. Het contact met de kinderen is betrokken en wordt aangehouden wanneer zij  ‘de pipeline of succes’ hebben doorlopen. Op een landkaart worden alle kinderen die zijn uitgevlogen met vlaggetjes aangegeven. Er is de hoop dat de kinderen met succes weer iets willen terugdoen voor de gemeenschap. De sprekers zijn dan ook voorbeelden van terugkerende succesvolle jongeren, die een plaats in de organisatie van HCZ hebben ingenomen.

Christianne Fok
Docent Hogeschool Rotterdam
Instituut Sociale Opleidingen.

Manthattan Centre and Harlem Center for Education.

In de middag hebben we een meeting met collega’s van een Highschool: Manhattan Center for Science and Mathematics. Zij worden in de begeleiding van hun leerlingen ondersteund door de Harlem Center of Education. De missie van Manhattan Centre is het uitdagen van studenten door een programma te ontwikkelen, waardoor de studenten op een goede wijze worden voorbereid op het vervolgonderwijs.

Deze school heeft een slagingspercentage van 98%, ondanks het feit dat de leerlingenpopulatie bestaat uit veel migranten en eenoudergezinnen. Ongeveer 80% van deze gezinnen leven onder de armoedegrens.

Vermoedelijk heeft dit succes mede te danken aan het selectieve aannamebeleid. De school kan kiezen uit 4000 leerlingen en er worden 400 leerlingen geselecteerd op o.a. cijfers. De visie van de school is dat er door goed onderwijs te geven met goede docenten een succesvolle leerlingen wordt afgeleverd. De missie van de school is dat de leerlingen les krijgen van  docenten met goede sociale vaardigheden en kennis op zijn vakgebied.

Na schooltijd vinden er activiteiten plaats, zoals dans, tutoring, sport etc. met als doel de leerlingen van de straat te houden en waardoor er ook meer commitment ontstaat met de school. Op deze manier bestaat er onder de leerlingen een cultuur van wederzijds respect, samenwerking en betrokkenheid.

Uiteindelijk hebben we een rondleiding gekregen in de school.

Geef terug aan de community

Na een Amerikaans ontbijt met hamburgers begon onze tweede dag in Boston. In de ochtend werd een bezoek gebracht aan de Jeremiah Burke High School. Deze school staat midden in een achterstandswijk. 95% van de gezinnen die hier wonen leven in armoede.

De bezochte high school probeert perspectief te bieden voor haar leerlingen om uit de situatie van armoede te ontsnappen. Tijdens ons bezoek aan de school hebben we kennisgemaakt met de leiding van de school, docenten, leerlingen en zes betrokken partners. We zijn een aantal klassen ingegaan en diverse gesprekken gevoerd. De leerling benadering is uniek te noemen mede door het aantal betrokken partners bij de school. De partners spelen een belangrijke rol om de leerlingen verder te helpen in hun sociale, emotionele en kennisontwikkeling. Wie zijn  deze partners? Het zijn jonge rolmodellen waar de leerlingen zich mee kunnen identificeren. Deze rolmodellen (mentoren) zijn pas afgestuurde studenten die iets terug willen geven aan de community. Zij geven de leerlingen het vertrouwen dat zij ook succesvol kunnen worden in hun leven, ook al is hun omgeving dat niet. Deze rolmodellen zijn eigenlijk de bruggenbouwers tussen de high school en het beroeps- en hoger beroepsonderwijs. Verder proberen rolmodellen het netwerk van deze leerlingen te vergroten door leerlingen te helpen aan een stage- of zomerbijbaan. Want als leerlingen werken dan leren zij skills aan, creëren zij voor zichzelf kansen en het is de sleutel om te kunnen ontsnappen uit de armoede. De passie van deze rolmodellen voor hun leerlingen wordt door de leden van de studiereis niet snel vergeten. Iedereen verliet de high school vol inspiratie en nieuwe ideeën.

’s Middags hebben we een bezoek gebracht aan een mentorprogramma wat lijkt op het peercoachprogramma van de Hogeschool Rotterdam. Ouderejaars studenten coachen jongerejaars studenten. De verhalen van deze studentmentoren klonken mij herkenbaar in de oren als voormalig peercoach bij de Hogeschool Rotterdam. Een groot verschil met studeren in Nederland zijn de hoge collegegelden. Veel studenten in Amerika hebben om hun studie te kunnen betalen diverse banen, dit leidt dikwijls tot studievertraging. Het aantal Nederlandse studenten met een bijbaan is ook fors dus wat dat betreft is het verschil tussen Amerika en Nederland beperkt.

Wat ik met name van deze middag zal onthouden is de motivatie van deze Amerikaanse studentmentoren. Zij zijn namelijk mentor geworden om eigen opgedane kennis en vaardigheden terug te geven aan de community. De motivatie van deze studentmentoren helpt high school leerlingen naar het beroeps of hoger beroepsonderwijs en zorgt mede dat studenten hun beroeps en hoger beroepsonderwijs opleiding succesvol doorlopen. Rolmodellen zijn bruggenbouwers.

Puzzle complete?

Het statige en stijlvolle gebouw van de Jeremiah E. Burke Highschool in Boston toonde ons – de studiegroep voor Mentoren op Zuid – niet alleen een stijlvolle school in bedrijf, maar maakte ons direct bij binnenkomst al deelgenoot van de visie van de school. Talloze citaten van meer of minder bekende wereldburgers sierden de wanden van gangen en lokalen, naast foto’s van leerlingen die ‘in the picture’ stonden vanwege excellent gedrag of een mooie prestatie; en, niet te vergeten, de ‘ranking’ van de prestaties van de klassen van één leerjaar in een bepaalde week. Ook zonder iemand te spreken, werd al duidelijk wat de visie van deze school is: iedere leerling telt mee, elk kind doet ertoe, ieder mens heeft kwaliteiten die de moeite van het tonen waard zijn. Een hele eenvoudige, maar daarom niet minder sprekende, poster in hal was deze: Puzzle complete? De vier puzzelstukjes bestonden uit 1. Homework to turn in; 2. Pencil, pen, paper; 3. In school on time; 4. Ate breakfast.

De poster toont wat deze school in een multiculturele achterstandswijk nodig heeft: structuur en de basis op orde. Het komt bijzonder bekend voor…

Treffend was dat de school het niet laat bij posters met citaten. De visie op hoe elke leerling ertoe doet, was constant voelbaar. In de klassen, tijdens het gesprek met leerlingen en met medewerkers. De tranen van de stoere boy in camouflagekleding ontroerden iedereen: door de intensieve naschoolse begeleiding vanuit het Freedom House was deze jongen in staat zijn opleiding te volgen. Hij was zijn begeleider zichtbaar dankbaar en keek tijdens zijn verhaal steeds even achterom naar hem om zich gesteund te weten. Zijn verhaal stond niet op zichzelf: elke leerling en medewerker deelde de successen; en wat kunnen die Amerikanen goed pitchen!

Het team straalde uit dat het een echt team is en samen werkt met hetzelfde doel en dezelfde passie voor de leerling. De sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen staat voorop; op een school van 500 leerlingen zijn meer dan 30 externen actief om ‘support’ te bieden. Opvallend is verder het gegeven dat elke vakgroep dagelijks begint met 80 minuten overleg over hoe het vak die dag gegeven zal worden en welke leerling welke extra aandacht nodig heeft. Differentiatie en op maat werken zijn aan de orde van de dag; bij de invoering van het nieuwe onderwijsconcept solliciteerden docenten opnieuw naar hun eigen baan – of niet. Ontbijt en een warme lunch worden op school geserveerd; regelmatig krijgen leerlingen kleding van school of geld om vijf outfits aan te schaffen. Er worden huisbezoeken afgelegd; de fitnessruimte blijft ’s avonds open, voor leerlingen en de omwonenden.

De samenwerking met het vervolgonderwijs, de University of Massachusetts Boston, is bijzonder goed. Leerlingen volgen tijdens de zomervakantie een studieprogramma van zes weken, waarin ook veel aandacht is voor sport; dit programma keert ook in de jaren daarna terug. De leerlingen die dit programma volgen, ontvangen een financiële vergoeding. Leerlingen die we spreken op de universiteit, zijn enthousiast over dit mentorprogramma en spreken hun mentor iedere dag. Bedrijven zijn via netwerken betrokken bij de school en bij de inhoud van onderwijs. ‘Als de school het goed doet, gaat het met de bedrijven goed.’ Andersom is het ook zo. Het succes in hun opleiding schrijven de leerlingen duidelijk toe aan de begeleiding door de mentor.

Joke Bos, vestigingsdirecteur Calvijn Maarten Luther